Prima resultaten Limburgse woningmarkt in 1e halfjaar 2018

Prima resultaten Limburgse woningmarkt in 1e halfjaar 2018

De Limburgse woningmarkt doet het in de eerste 6 maanden van 2018 behoorlijk goed. In Limburg worden nu weliswaar ook minder woningen verkocht dan vorig jaar in dezelfde periode, maar de daling (-3,5%) is minder groot in vergelijking met de overige provincies. Bij de ontwikkeling van de prijzen zit Limburg met 7,2% stijging in de middenmoot. Van de Limburgse regio’s levert Parkstad Limburg de beste cijfers. In vergelijking met de eerste 6 maanden van 2017 stijgt de koopsom met 8,7%. In Maastricht is de stijging met 11,3% nog groter. De regio Venlo en Maasduinen blijven achter. Het meest opvallend is echter dat Parkstad Limburg bij de woningtransacties als enige regio een positief resultaat laat zien. Het aantal verkopen stijgt met maar liefst 7,2%. In de regio Weert en Venlo is de daling met 9,2% en 10% het grootst.

Forse daling verkooptijden en woningaanbod

In Limburg zijn momenteel 5,2 maanden nodig om al het woningaanbod te verkopen. De regionale verschillen lopen uiteen van 4,1 maanden in Maastricht tot 7,1 maanden in Maasduinen. In het tweede kwartaal van 2016 lag de verkooptijd nog op 14 maanden. In 2 jaar tijd zijn de verkooptijden met 60% afgenomen. Het effect wordt enerzijds veroorzaakt door de toename van het aantal transacties en anderzijds door de afname van het te koop aanbod. In het tweede kwartaal van 2016 stonden nog  12.700 woningen te koop in Limburg, op dit moment zijn er dat nog slechts 6.200. De afname bedraagt iets meer dan 50%. De verschillen op regionaal niveau zijn gering. Lees hier het volledige bericht inclusief grafieken.

20180807-PB Limburg-regio 2018-6mnd

De waarheid over de huizenprijzen in Limburg

In het artikel van vrijdag 22 juni 2018 in de Limburger (bron ANP) staan wat vreemde beweringen over de woningprijzen in Limburg. Hoe zit het nou precies? De bron voor alle data over de woningmarkt is het Kadaster. Deze deelt de data o.a. met het CBS en daar publiceren beide instellingen over. De media maakt hier gretig gebruik van. Enerzijds wordt door beide instellingen over de absoluut gemiddelde koopsom gepubliceerd, anderzijds over de prijsindex bestaande koopwoningen (PBK index). De PBK index is een methode waarbij de werkelijke koopsom wordt bewerkt, o.a. op basis van de WOZ waarden. Op de website van het CBS (zie hierna) wordt uitgelegd waarom de PBK index een betere methode is om de woningprijzen te vergelijken. Meer dan eens heb ik dit betwijfeld, maar daar gaat het nu niet om. Het grootste gevaar zit ‘m in het feit dat doorgaans niet duidelijk wordt aangegeven waar het over gaat, de index of de absolute koopsom.

Koopsom Limburg hoger dan in 2008

In 1993 is het Kadaster gestart met de huidige registratiemethode. De koopsom in Limburg ligt in dat jaar een fractie hoger dan deze van Nederland. In de grafiek is te zien dat Limburg vanaf 1998 de landelijke trend niet meer kan volgen. Op dit moment bedraagt het koopsomverschil € 58.000. In de tabel die volgt is de absoluut gemiddelde koopprijs per provincie weergegeven. In de vergelijking tussen 2018 versus 1993 en 1998 laat Limburg inderdaad de kleinste ontwikkeling zien. Meerdere oorzaken kunnen hieraan ten grondslag liggen, onder andere de economische ontwikkelingen, gemiddeld inkomen etc. Van enige krimp van de bevolking of huishoudens was nog geen sprake. In 2018 ligt de koopsom in werkelijkheid echter hoger dan in 2008, 5,9% om precies te zijn en dus niet lager zoals in het artikel wordt beweerd. In vergelijking met het dip-jaar 2013 doet Limburg het iets minder goed dan landelijk, maar is ook weer niet het slechtste jongetje van de klas.

 

PBK index geeft een ander beeld

Wanneer we de prijsindexcijfers in onderstaande grafiek bestuderen, dan zien we inderdaad een ander beeld. Limburg heeft in 1995 en 1998 met 53,5 respectievelijk 72,6 het allerhoogste indexcijfer van alle provincies. Dit is op zijn zachtst gezegd merkwaardig omdat 4 andere provincies een veel hoger prijsniveau hebben. Noord Holland en Utrecht hebben de hoogst gemiddelde koopsom, maar een lager indexcijfer. Het cijfer is ook hoger dan dat van Nederland, terwijl we zojuist gezien hebben dat het koopsomniveau in die jaren ongeveer gelijk is. Op de top van de markt in 2008, heeft Friesland het hoogste indexcijfer. Geen idee waar dit vandaan komt. In 2013, het dieptepunt in de markt, heeft Noord Holland nog steeds het laagste indexcijfer om vervolgens in 2018 het hoogste niveau te bereiken. Helaas kan ik deze verschillen in ontwikkeling niet verklaren. De bronnen hebben mij eveneens niet wijzer kunnen maken.

Nieuwe index reeks in 2018  

Een prijsindex kan zeker een waardevolle bijdrage leveren. In de crisisjaren werden bijvoorbeeld minder vrijstaande woningen verkocht. Hierdoor zakt de gemiddelde koopsom extra sterk. Of de inbreng van de WOZ waarden waardevol is valt te betwijfelen. De WOZ waarden worden steeds beter maar lopen lang niet altijd in de pas met de verkoopprijzen, soms te hoog, dan weer te laag. Tot 2018 werd gewerkt met de Index 2010. Deze index liep van 2007 tot 2010 vrijwel gelijk met de gemiddelde koopsom. Daarna bleef de index achter en werden de verschillen onverklaarbaar groot. Begin 2018 is de reeks 2015 ingevoerd. De eerste maanden van 2018 is deze in lijn met de absolute koopsom. Wanneer we echter de index in de tijd terugkijken, zien we de verschillen oplopen. Maakt dat iets uit, zult u zich afvragen?  Wanneer u of een makelaar de huidige woningwaarde wil terugrekenen naar 2007, krijgt met beide methodes een verschil van € 35.000.  het is maar dat u het weet.

Met dit bericht, hoop ik meer duidelijk te hebben gegeven over het gebruik van de verschillende methoden om huizenprijzen in beeld te brengen. Het vermelden van de exacte bron blijft wezenlijk.

 

Leo van de Pas, directeur Woningmarktcijfers.nl  tel.: 045-4040250 mobiel: 065336840

E: info@woningmarktcijfers.nl / www.woningmarktcijfers.nl  Twitter: #woningmarktnl

(uitleg website)

Het verschil tussen de PBK en de gemiddelde koopsom

Het prijsindexcijfer van bestaande koopwoningen (PBK) geeft een beter beeld van het prijsverloop van bestaande woningen dan de gemiddelde koopsom. Dit komt door de correctie met de WOZ-waarde. Hierdoor wordt het verschil tussen dure en minder dure huizen uit de vergelijking van de prijzen gehaald. De gemiddelde koopsom geeft de gemiddelde prijs van alle verkochte woningen die het Kadaster registreerde in een specifieke periode (kwartaal of jaar). Als wij bijvoorbeeld veel vrijstaande woningen registreerden, ligt de gemiddelde koopsom vaak hoger dan een periode waarin wij meer appartementen registreerden. Maar ook een grachtenpand in Amsterdam als tussenwoning heeft een veel hogere koopsom dan een tussenwoning in Stadskanaal. In het artikel ‘Waarom is de gemiddelde koopsom geen goede huizenprijsindicator?’ leggen we dit meer gedetailleerd uit. Lees het artikel op de website van het CBS.

Voorspellers op de woningmarkt

Voorspellers op de woningmarkt

Aan het begin van het nieuwe jaar haasten banken en instellingen zich om als eerste en natuurlijk als beste de voorspellingen voor het nieuwe jaar te doen. De voorspellingen worden als zoete koek door de media verspreid. Zelden een terugblik naar het verleden, of beoordeling van de kwaliteit. Woningmarktcijfers.nl neemt dit keer de voorspellingen van de ABN AMRO onder de loep.

De feiten van 2016 zijn als volgt: er worden  afgerond 215.000 woningtransacties geregistreerd en de gemiddelde koopsom komt afgerond uit op € 244.000. Dit nemen we als vertrekpunt.

De ABN AMRO start in de Woningmarktmonitor januari 2017 met een voorspelling voor 2017 (en 2018), zoals hieronder aangegeven: in 2017: 5% meer transacties en 5% prijsstijging. In 2018 verwacht de bank na een plus in 2017 een min van 5%, een vergelijkbaar aantal dus als in 2016.

In kwartaal 1 van 2017 worden door het Kadaster 30,3% meer transacties geregistreerd in vergelijking met het eerste kwartaal van 2016. Niettemin handhaaft de bank in april 2017 dezelfde verwachtingen zoals in januari aangegeven, geen bijstelling dus.

Als de officiële cijfers over het eerste halfjaar 2017 een plus laten zien van 22,6%, kan de bank niet achterblijven, de stijging van de transacties wordt aangepast naar 15% en de prijzen naar 7%, zoals in onderstaande tabel is te zien.

Nadat drie kwartalen zijn verstreken is de transactiestijging uitgekomen op 14% en de koopsom is met 7,5% gestegen. De bank handhaaft de transactie prognose en stelt de prijsstijging iets bij.

Nadat de maanden oktober en november verstreken zijn, maar de cijfers voor december nog moeten binnenkomen wordt wel duidelijk dat het aantal transacties tussen de 13% en 14% zal uitkomen. De bank stelt de prognose bij, nu met de pontificale opmerking dat de economen van de bank een kleine neerwaartse bijstelling hebben toegepast (zie tekst hieronder). De prognose voor 2018 (-5% transacties) blijft staan. Als je 5% aftrekt van het geschatte niveau van 2017 (244.000) kom je voor 2018 dus uit op bijna 232.000 transacties.

Ook dat is een aardige afwijking van de prognose in januari 2017, toen het niveau van 2016 nog werd voorspeld. De prijsstijging 2018 is verhoogd naar 6% en de prognoses van 2019 zijn toegevoegd. Het kan verkeren. Wij houden het voor u in de gaten.

 Jan. 2018: Binnenkort volgen de definitieve verkoopcijfers over afgelopen jaar, maar de economen van ABN AMRO rekenen er op dat in 2017 13,5% meer woningen van eigenaar wisselden. Dit is een kleine neerwaartse bijstelling. Eerder ging het Economisch Bureau nog uit van een stijging van 15%.

 Wij hebben al vaker betoogd dat de huizenprijzen en transacties niet te voorspellen zijn.

Het gedrag van de consument is onvoorspelbaar en er zijn veel factoren van invloed.  Iemand die alle onderstaande indicatoren goed weet in te schatten, kan met een gerust hart een poging wagen. Zo niet, brandt dan niet je vingers. In 2013 gaven banken dit ook collectief toe en werd besloten te stoppen met het doen van voorspellingen. Het heeft echter niet lang geduurd voordat de eerste nieuwe pogingen werden gedaan. En de journalisten? Ook zij gaan gewoon door met knippen en plakken, zonder zich maar enigszins te vergewissen van de realiteit en de kwaliteit daarvan. Goed om te weten als u opnieuw met voorspellingen wordt geconfronteerd.

 

Plafond nog niet in zicht

Plafond nog niet in zicht

ANALYSE WONINGMARKT 2018

Plafond nog niet in zicht

Het bubbelt, maar vooralsnog alleen in grote steden als Amsterdam, Utrecht en Den Haag. Van een verhitte huizenmarkt is in Limburg geen sprake. „Er blijft zelfs ruimte voor een verdere prijsstijging, zij het niet meer zo krachtig als dit jaar.”

DOOR  FRANS DREISSEN

HEERLEN

De woningmarkt heeft zich knap hersteld van de kredietcrisis. Doorstromers en nieuwkomers konden eerst profiteren van relatief lage prijzen en vervolgens van rap dalende hypotheekrentes. „De ideale markt en tijd om te kopen”, zo typeert Leo van de Pas van Woningmarktcijfers.nl het bijna voltooide jaar 2017.

En dat kopen of verkopen gebeurde massaal. Met circa een kwart miljoen transacties wordt het Nederlandse record van 215.000 woningverkopen uit 2016 regelrecht verpletterd. Ter vergelijking: tijdens het dieptepunt, in 2013, verwisselden slechts 110.000 huizen van eigenaar in ons land.

Limburg laat zich in de cijfers niet onbetuigd. Qua groei van het aantal transacties staat Limburg in de provinciale top vijf met een plus van een dikke 20 procent. Wat betreft de stijging van de gemiddelde koopsom scoort de provincie met 6,5 procent nipt onder het landelijk gemiddelde van 8 procent, maar nog altijd ver boven het inflatieniveau.

Het is de ideale markt en de ideale tijd om een woning in Limburg te kopen. Leo van de Pas, woningmarktexpert

„Het vertrouwen onder consumenten is groot.” Dat leidde al tot buitengewone taferelen. „Kopers die de vraagprijs overbieden. Zelfs in een regio als Parkstad. Dat is ongekend. Al gebeurt dat uiteraard vooral bij goede, courante woningen; zeer gewild en aantrekkelijk geprijsd. De woningmarkt van nu is meer dan stabiel: vraag en aanbod zijn in evenwicht”

Waarschuwen

Waar economen en banken waarschuwen voor implosiegevaar van de huizenmarkt in de Randstad, daar hoeft Limburg volgens Van de Pas niets te vrezen. „Van een huizenbubbel hier is nog lang geen sprake. Dat geldt zelfs voor een stad als Maastricht. Sterker, bij een ongewijzigde of slechts licht stijgende hypotheekrente, blijft er nog ruimte voor een verdere prijsstijging in het nieuwe jaar.”

Dat is ook goed nieuws voor huiseigenaren van wie de hypotheek nog altijd onder water staat. „Het grootste probleem heeft zich in de afgelopen tijd vanzelf opgelost. Tenzij iemand het wel erg bont heeft gemaakt en op het hoogtepunt voor de crisis met het maximale leenbedrag heeft gekocht.”

Voor jonge koppels, die twijfelen tussen huren en kopen, is de Limburgse markt aantrekkelijk. Van de Pas vergelijkt de woonlasten van een huurwoning van 750 euro per maand met een koopwoning van twee ton (rente 2,5 procent). „Dan zie je dat het verschil in woonlasten in het eerste jaar nog nadelig uitpakt voor de kopers. Maar dat ze na acht jaar hetzelfde betalen en dat het verschil daarna voor de huurder steeds onvoordeliger wordt.”

Volgens Van de Pas is er in Limburg voldoende keuze voor starters. „De ervaring leert ook dat de aanscherping van de leennormen nauwelijks van invloed is geweest. Het is opvallend hoe probleemloos met de strengere regels is omgesprongen. En anders was er nog altijd wel wat spaargeld dat werd ingezet of sprongen ouders financieel bij.”

Werkgelegenheid

Hoe de huizenmarkt zich de komende jaren gaat ontwikkelen, laat zich moeilijk voorspellen. Het sentiment en de vooruitzichten nu zijn ronduit positief. Een zeer belangrijke factor is de werkgelegenheid. Zijn er straks nog voldoende handjes beschikbaar? Trekken bedrijven dan juist weg of worden mensen van elders naar hier gehaald?

„De Randstad slibt dicht. Voor een aantal groepen is het er niet meer prettig wonen”, zegt Van de Pas. „Je ziet dat steeds meer gezinnen de luwte van de periferie opzoeken. Ook bedrijven verkiezen steeds meer de relatieve rust boven de drukte en verstopte wegen rondom de grote steden. Wellicht gaat dit voor een steeds evenwichtigere verdeling over het land zorgen.”

De aanzuigende werking van de Randstad laat volgens de woningmarktdeskundige na. Limburg zou hier op termijn van kunnen profiteren. „In 2015 verloren we per saldo nog 2300 Limburgers aan de rest van Nederland. Daar stond de komst van 3700 buitenlanders, onder wie ook studenten, tegenover. Meer sterfgevallen dan geboortes, betekende een verlies van 3000 mensen. In totaal kromp Limburg dat jaar met dus 1600 inwoners”, aldus Van de Pas.

Geen reden dus voor grote ongerustheid. Ook niet op de woningmarkt. Door een stijging van het aantal eenpersoonshuishoudens, is er geen noodzaak meer voor een rigide sloopopgave, zoals die in het verleden werd verkondigd. Het nieuwe toverwoord heet transformatie.

Dynamiek

De urgentie zit hem in het verduurzamen van woningen en het levensloopbestendig maken ervan. Meer dan ooit zal er volgens Leo van de Pas aandacht moeten zijn voor gepaste huisvesting voor eenpersoonshuishoudens. Dit niet alleen in het licht van de vergrijzing, maar ook van eventuele nieuwkomers; de extra handjes die straks zo hard nodig zijn.

De dynamiek is terug op de woningmarkt. Hogere prijzen, meer transacties. En dat blijft nog wel eventjes zo, meent Leo van de Pas. „Maar hoe langer je wacht, hoe moeilijker het wordt. Al is de vrees voor een woningmarktbubbel in Limburg vooralsnog niet aan de orde.”

NHG grens moet weer omhoog!

De Nationale Hypotheekgarantie (NHG) is en blijft een unieke regeling om de woningmarkt te stimuleren. Deze garantie, die wordt uitgevoerd door het Waarborgfonds Eigen Woningen, levert kopers veel voordelen op. Allereerst betalen deze eigenaren 0,5% minder hypotheekrente. Daarnaast kent de NHG een zogenaamde woonlastenfaciliteit, die het mogelijk maakt tijdelijk minder te betalen wanneer iemand het financieel even moeilijk heeft door werkloosheid, ziekte of echtscheiding. Bij gedwongen verkoop buiten eigen schuld wordt de eventuele restantlening kwijtgescholden.

Nationale hypotheekgarantie biedt dus extra zekerheid aan de consument en de bank. En dat voor zeer weinig geld. De eenmalige premie bedraagt slechts 1% van het hypotheekbedrag. Zonder NHG vragen banken immers een toeslag van gemiddeld 0,5% op de rente en dat gedurende de gehele looptijd van de hypotheek. Ruim 1,3 miljoen woningeigenaren maken inmiddels gebruik van de garantie en profiteren dus van die lagere rente en de extra zekerheden. Het instituut boert zelf ook niet slecht, het garantievermogen is recent de grens van 1 miljard gepasseerd.

Het maximaal te financieren bedrag is de afgelopen jaren beperkt tot de koopsom of marktwaarde. Dit betekent dat de premie, net als de overige kosten koper, uit eigen middelen moet worden betaald. Voor de Vereniging Eigen Huis het moment om te roepen dat de premie omlaag moet. Het Waarborgfonds pleit er zelf voor om de premie opnieuw mee te laten financieren. De VEH vindt dit een slecht idee omdat dat de woonlasten verder stijgen. Hoe onzinnig is dit, ja lenen kost rente, meer lenen kost dus altijd meer, maar zonder NHG iets minder lenen tegen een veel hogere rente is vele malen duurder. Ik voel wel wat voor het standpunt van het Waarborgfonds Eigen Woningen. Door de lagere rente los je namelijk ook iets sneller af. Na 5 jaar is de extra geleende premie afgelost, dat wil zeggen de restant schuld is exact gelijk aan de restant schuld van de lagere hypotheek met 0,5% hogere rente.

In de crisisjaren is de grens tot waaraan geleend kon worden tijdelijk verhoogd tot € 350.000. Op dat moment kwam wat prijsklasse betreft 80% van alle koopwoningen in aanmerking voor NHG. In 2018 zal dit percentage, ondanks de opgetrokken koopsomgrens tot € 265.000 vermoedelijk dalen tot 60%. Veertig procent van alle kopers komt dan niet in aanmerking voor NHG en dat is zonde. NHG is niet alleen in het belang van de geldnemer en de bank, maar zeer zeker ook van de overheid. De rentekorting van 0,5% op de door NHG gegarandeerde hypotheekschuld levert een lagere belastingteruggave op van € 200 miljoen per jaar, een bedrag dat jaarlijks oploopt. Wanneer de totale hypotheekmarkt van 650 miljard onder NHG zou vallen, zou de besparing zelfs meer dan 1 miljard per jaar belopen. Alleen al vanwege het belang voor de schatkist is het onbegrijpelijk dat de NHG grens niet verder wordt opgetrokken.

Ik ben er dan ook voorstander van om de kostengrens opnieuw te verhogen tot de € 350.000 uit de crisisjaren. Dan komt opnieuw ca. 80% van alle kopers in aanmerking voor NHG. In aantal kopers komt dit neer op 50.000 per jaar in de bestaande en nieuwbouwsector. Bij een gemiddelde koopsom van € 300.000 levert dit voor de belastingdienst in het eerste jaar 25 miljoen besparing aan belastingteruggave op, elkaar jaar terugkerend en oplopend met de nieuwe jaarproductie. Het Waarborgfonds Eigen Woningen harkt hierdoor 150 miljoen euro per jaar aan extra premie-inkomsten binnen. En ja, als mede hierdoor het garantie vermogen verder explosief gaat stijgen en een onnodige bufferhoogte gaat bereiken, is het moment aangebroken om ook de premie te verlagen.